Don Bosco

don-boscoDon Bosco, een leven voor de jeugd

Giovanni (Jan) Bosco, later als priester ‘Don’ Bosco genoemd, leefde in Noord-Italië van 1815 tot 1888. Zijn ouders waren kleine boeren die met hard werken en grote spaarzaamheid de eindjes aan elkaar knoopten. Toen Giovanni nog geen twee jaar was, stierf zijn vader.

Vanaf negenjarige leeftijd droomde hij ervan om priester te worden voor de allerarmsten. Dit werd zijn streefdoel, hoewel hij besefte dat het niet gemakkelijk zou zijn. Studeren en priester worden zat er, bij gebrek aan geld, niet in voor arme mensen als de Bosco’s. Maar hij was een doorzetter en zou er hard voor werken om zijn droom te bereiken.

Als jonge priester kwam hij in 1841 in de trieste realiteit van de grootstad Turijn terecht. Hij werd er geconfronteerd met de ellendige levensomstandigheden van de jeugd: enorme werkloosheid, onrust en opstandigheid, mensonwaardige toestanden, uitbuiting, overvolle gevangenissen, verbittering. Hij zou zich bezighouden met de jongeren waar niemand zich om bekommerde. Hij begon met enkelen en het werden er steeds meer. Het jeugdwerk groeide.

Don Bosco noemde het ‘oratorio’. Daar konden jongeren terecht, daar vonden ze de warmte van een thuis, de ontspanning van de vrije tijd, de degelijkheid van een technische of intellectuele vorming en de houvast van het geloof.

Don Bosco trachtte werk voor hen te vinden en ging hen opzoeken op de bouwwerven. Hij trad bemiddelend op om contracten af te sluiten met de werkgevers, maar dat was niet voldoende. Hij bouwde huizen en scholen. Het werd een explosie van activiteiten, organisaties en gebouwen. De jongeren hielden van Don Bosco en hij had de gave om hen te boeien en voor hen een goede vriend te zijn.

Voor de opvang van zoveel jongeren had hij mensen nodig. Daarvoor stichtte hij een congregatie die zijn werk zou verder zetten over heel de wereld: de salesianen. Later stichtte hij mee een congregatie van zusters.

Toen hij in 1888 stierf, waren er al bijna duizend salesianen werkzaam, verspreid over Italië, Spanje, Frankrijk en Zuid-Amerika. Enkele maanden voor zijn dood besliste hij dat er ook salesianen naar België zouden komen. Don Bosco kon er gerust in zijn dat zijn werk voor jongeren verder zou gaan. In 1892 begonnen de salesianen met jeugdwerk in ons land. Ze openden een weeshuis in Luik. Vier jaar later, in 1896, kwamen de salesianen naar Vlaanderen en in 1902 naar Gent (Sint-Denijs-Westrem).

‘Opvoeden met Don Bosco als gids en tochtgenoot’

In de opvoedingswereld in Vlaanderen is Don Bosco doorheen ruim honderd jaar geschiedenis een begrip geworden. Zijn pedagogisch project wordt verder gezet door duizenden mensen die trachten te leven vanuit zijn inspiratie. Ze zijn werkzaam in scholen, internaten, opvanghuizen, bezinningscentra, speelpleinen, allerlei verenigingen en parochies. De bekommernis is altijd een degelijke opvoeding bieden aan jonge mensen, met een speciale aandacht voor de volksjeugd en de meest kansarmen.

Meer informatie rond de Don Boscobeweging in Vlaanderen vind je op :

https://www.donbosco.be/

Reacties gesloten.